![]() |
Myelodysplastische syndromen (MDS) worden gekenmerkt door afwijkende stamcellen in het beenmerg. Een stamcel rijpt in eerste instantie tot een myeloïde stamcel of een lymfoïde stamcel. Myeloïde stamcellen rijpen uiteindelijk uit tot rode bloedcellen, bepaalde leukocyten (granulocyten en monocyten), of bloedplaatjes (zie figuur 1).
Bij het myelodysplastisch syndroom (MDS) treden er veranderingen op in het DNA van de stamcellen. Hierdoor gaan er meer cellen in het beenmerg dood (= apoptose). Dit leidt tot een tekort aan bloedcellen in de bloedbaan.
De naam myelodysplastich syndroom is als volgt samengesteld: "myelo" betekent dat de aandoening betrekking heeft op het beenmerg; "dys-" = abnormaal; "plasie" betekent vorming/aanmaak en een syndroom is een complex van symptomen.
MDS kan op iedere leeftijd voorkomen, maar wordt het meest bij oudere patiënten (vanaf 60 jaar) gevonden en dan meer bij mannen dan bij vrouwen. De oorzaak van MDS is onduidelijk. Er lijkt wel een verband te bestaan met blootstelling aan toxische (giftige) stoffen zoals bestrijdingsmiddelen, chemicaliën (benzeen) en bestraling. MDS kan ook ontstaan na een behandeling met chemotherapie in het kader van andere vormen van kanker (= therapiegerelateerde MDS).
Er bestaan twee diagnostische hoofdgroepen binnen MDS:
|
Type percentage MDS patiënten |
Symptomen |
|
Refractaire anemie (= een anemie die niet reageert op toediening van ijzertabletten) (RA) 20 - 30% |
anemie |
|
Refractaire anemie met ringsideroblasten (= de rode bloedcel is omgeven door een ring van ijzer) (RARS) 2 - 5% |
anemie aantal sideroblasten in het beenmerg is meer dan 15% (sideroblasten zijn erythroblasten waarbij een ring van ijzer wordt waargenomen) |
|
Refractaire cytopenie* met multilineage dysplasie** (RCMD) zeldzaam |
bi- of pancytopenie* aantal sideroblasten in het beenmerg is meer dan 15% (sideroblasten zijn erythroblasten waarbij een ring van ijzer wordt waargenomen) |
|
Refractaire Anemie met Excess aan Blasten (RAEB) 30 - 35 % |
(pan)cytopenie* aantal myeloblasten in het bloed 0 - 9% |
|
MDS met geïsoleerde 5q-afwijking Zeldzaam |
(pan)cytopenie* aantal bloedplaatjes in het bloed vaak verhoogd |
|
Myelodysplastisch Syndroom niet te classificeren (MDS-U) |
* cytopenie = één, twee (bicytopenie) of meer (pancytopenie) typen bloedcellen zijn in aantal verlaagd (anemie en/of leukocytopenie en/of trombocytopenie)
** multilineage dysplasie = abnormale aanmaak van twee of meer typen bloedcelllen
Patiënten bij wie de diagnose wordt gesteld, vertonen niet altijd allen dezelfde symptomen en de symptomen zijn ook niet specifiek voor MDS. Soms wordt de ziekte bij toeval ontdekt bij iemand die vrijwel geen klachten heeft. Naarmate de ziekte voortschrijdt en de gemuteerde cellen meer en meer het beenmerg vullen, zal de aanmaak van gezonde rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes verstoord raken, waardoor er een tekort ontstaat aan deze cellen. Symptomen kúnnen derhalve zijn:
Chromosoom afwijkingenMenselijke cellen bevatten 46 chromosomen (23 paren) die zijn samengesteld uit DNA en de celgroei en de stofwisseling controleren. In sommige gevallen van MDS en MDS/MPN kunnen één of meer chromosomen of delen van chromosomen ontbreken ("deleties"). In andere gevallen zijn er te veel kopieën van chromosomen in de cel aanwezig ("duplicaties") of treedt er een uitwisseling van materiaal tussen chromosomen op ("translocaties"). Via chromosoom onderzoek (de zogenaamde cytogenetische testen) worden bij ongeveer de helft van de MDS patiënten chromosoom veranderingen in de beenmergcellen waargenomen. Patiënten met deleties van chromosoom 5 of 20, maar niet van andere chromosoom veranderingen hebben meestal een relatief gunstige prognose. Wanneer er veranderingen zijn opgetreden in chromosoom 7 of indien er in 3 of meer chromosomen veranderingen zijn opgetreden, zijn de vooruitzichten minder gunstig. |
MDS kan overgaan in acute leukemie (meestal acute myeloïde leukemie), dit komt vooral voor bij MDS van het type RAEB (zie de indeling hierboven). Als in het beenmerg meer dan 20 procent myeloblasten aanwezig zijn, spreken we van acute myeloïde leukemie. Vaker ontstaat geen leukemie maar overlijden patiënten aan infecties ten gevolge van de pancytopenie.
Het verloop van de ziekte is variabel, maar ernstige complicaties als gevolg van het beenmergfalen en de overgang naar acute leukemie kunnen optreden. Op basis van het percentage blasten, de ernst van de cytopenie en de aard van de cytogenetische afwijkingen (zie kader 2), is er een scorings systeem ontwikkeld dat de prognose voorspelt (zie hieronder):
| Factor | waarde | |||
| 0 | 0,5 | 1,0 | 1,5 | |
| Beenmerg blasten | minder dan 5% | 5 - 10% | - | 11 - 20% |
| Cytogenetica (zie kader 2) | Goed | Gemiddeld | Slecht | |
| Cytopenie (zie tabel 1)* | 0 - 1 | 2 - 3 | ||
Risico groepen (IPSS score):
De mediane overleving van MDS varieert van vele jaren tot enkele maanden, afhankelijk van het type MDS en de specifieke chromosoomafwijking.
De behandeling van MDS is grotendeels gericht op de beheersing van de symptomen die ontstaan door de tekorten aan verschillende bloedcellen in de bloedbaan. Patiënten met een milde vorm van MDS (minder dan 5% blasten in het beenmerg) zullen meestal transfusies met rode bloedcellen en bloedplaatjes toegediend krijgen en worden behandeld met antibiotica om infecties te voorkomen of te bestrijden.
Daarnaast is een behandeling met groeifactoren (Erythropoietine en evt G-CSF ) geïndiceerd. Patiënten die hier niet goed op reageren of die op voorhand al kenemerken hebben waardoor ze niet goed zullen reageren, kunnen geincludeerd worden in de HOVON 87 studie. In die studie wordt de rol van lenalidomide in de behandeling van het laag risisco en intermediair I risico MDS onderzocht.
Patiënten met een ernstige vorm van MDS (meer dan 5% blasten in het beenmerg) zullen een meer agressieve behandeling ondergaan. Deze behandeling kan bestaan uit: lage dosis chemotherapie of intensieve chemotherapie gevolgd door beenmergtransplantatie. De keuze van de behandeling zal afhangen van de leeftijd en de lichamelijke toestand van de patiënt. Omdat bij ongeveer 40% van de patiënten met MDS-RAEB uiteindelijk acute leukemie optreedt (meestal AML) wordt MDS op dezelfde manier behandeld als AML.
Er wordt veel onderzoek gedaan naar nieuwe vormen van behandeling.
Omdat ieder ziektebeeld uniek is, kan de behandelend arts besluiten af te wijken van de behandelingen die hieronder zijn beschreven.
Intensieve chemotherapie als bij AML:
Bij complete remissie zo mogelijk allogene stamceltransplantatie (lees verder onder
stamceltransplantatie)
Recentelijk is een nieuw middel voor de behandeling van hoog risico MDS geregistreerd: 5 azacytidine. Dit middel probeert de afwijkende regulatie van het DNA weer op orde te krijgen. Het middel wordt gedurende 7 dagen onderhuids (=subcutaan) één maal per 4 weken toegediend.
Elders op deze website staat een overzicht van alle lopende hematologische
studies (trials) in Nederland.