- Snel naar een aandoening...
- Amyloidose
- Aplastische anemie
- Auto-immuun hemolytische anemie
- Elliptocytose en sferocytose
- Essentiële trombocythemie
- Enzymdefecten
- Glanzmann (ziekte van)
- Hemochromatose
- Hemofilie
- Hodgkin lymfoom
- Idiopathische trombocytopenische purpura
- Leukemie
- Mastocytose (mestcelziekte)
- MGUS
- Multipel myeloom (ziekte van Kahler)
- Myelodysplastisch syndroom
- Myelofibrose
- Myeloproliferatieve aandoeningen
- Non-Hodgkin lymfomen
- Paroxismale nachtelijke hemoglobinurie
- Polycythemia vera
- Sikkelcelziekte
- Thalassemie
- Trombose en embolie
- Trombotische trombocytopenische purpura
- Von Willebrand (ziekte van)
- Waldenström (ziekte van)
Celtypen
a | b | c | d | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n | o | p | q | r | s | t | u | v | w | x | y | z | 0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9
- B-lymfocyt
-
Een type witte bloedcel dat zich ontwikkelt uit een kleine lymfocyt. Na activatie door een zogenaamde helper T-cel, kan zich uit een B-lymfocyt een plasmacel vormen die antistoffen produceert en zo het lichaam helpt zich te beschermen tegen ziektekiemen (bacteriën of virussen).
- basofiel
-
Een type witte bloedcel (granulocyt) dat is betrokken bij allergische reacties
- cytotoxische T-cel
-
Een type T-lymfocyt dat bepaalde stoffen - zogenaamde toxines - afgeeft, die op hun beurt cellen doden
- eosinofiel
-
Een type witte bloedcel (granulocyt) dat kankercellen en parasieten vernietigt en dat betrokken is bij allergische reacties
- erytrocyt
-
rode bloedcel. Deze worden gevormd in het beenmerg en nemen 40% van het bloedvolume in. Rode bloedcellen bevatten hemoglobine, een proteïne dat het bloed rood kleurt en ervoor zorgt dat zuurstof van de longen naar de lichaamsweefsels wordt gebracht. Wanneer het hemoglobine gehalte in de rode bloedcellen te laag is (anemie of bloedarmoede), vervoert het bloed minder zuurstof en voelt men zich moe en zwak. Wanneer het aantal rode bloedcellen te hoog is (polycythemie) kan het bloed te dik worden, wat het risico op hartaanvallen en beroertes vergroot.
- granulocyt
-
Een type witte bloedcellen. Er zijn drie soorten: neutrofiel, eosinofiel of basofiel.
- helper T-cel
-
Een type T-lymfocyt dat een rol speelt in het stimuleren of vertragen van de activiteit van andere cellen in het immuunsysteem. Deze cellen zetten bijvoorbeeld B-lymfocyten aan tot het vormen van plasmacellen.
Synoniem: T-helper cel, T-helpercel - hematopoetische stamcel
-
Bloedvormende stamcel. De cel in het beenmerg waaruit alle typen bloedcellen worden gevormd
Synoniem: hemoblast, hemocytoblast, pluripotente stamcel - kleine lymfocyt
-
Dit celtype ontwikkelt zich uit de prolymfocyt. Uit de kleine lymocyten ontstaan vervolgens de B-lymfocyten (B-cellen) en de T-lymfocyten (T-cellen).
- leukocyt
-
Leukocyten of witte bloedcellen worden vooral gevormd in het beenmerg en zijn veel kleiner in aantal dan rode bloedcellen; de verhouding is ongeveer 1: 650. Er zijn vijf belangrijke typen:
- Lymfocyten (B- en T-lymfocyten en natural killer cellen)
- Granulocyten
- Monocyten
Sommige leukocyten stromen vrij door de bloedsomloop, maar anderen kleven tegen de bloedwand of dringen door in lichaamsweefsels. Wanneer leukocyten de plaats van een infectie of ander probleem bereiken, geven zij substanties af die nog meer leukocyten aantrekken. De leukocyten functioneren zo als een leger, dat het lichaam beschermd tegen vreemde organismen. Wanneer het aantal leukocyten (leukopenie) te laag is, zullen de infecties vaker voorkomen. Een hoger dan normaal aantal leukocyten (leukocytosis) veroorzaakt niet direct symptomen maar kan een aanwijzing zijn voor een infectie of voor bijvoorbeeld leukemie. - lymfoblast
-
Een vroege vorm van de lymfocyt. Er bestaan zowel B-lymfoblasten als T-lymfoblasten. Lymfoblasten worden geprogrammeerd in het beenmerg (B-lymfoblasten) en de milt (T-lymfoblasten) en zullen daardoor uitrijpen tot lymfocyten met specifieke functies.
- lymfocyt
-
Kleine witte bloedcel. Er bestaan drie typen:
- B-lymfocyten (B-cellen);
- T-lymfocyten (T-cellen;
- natural killer cellen (NK-cellen). - lymfoïde stamcel
-
De stamcel waaruit in het beenmerg de lymfocyten worden gevormd.
Synoniem: lymfoïde - macrofaag
-
Macrofagen ontstaan in lichaamsweefsels uit monocyten (een type witte bloedcel). Ze spelen een belangrijke rol in de afweer, doordat zij celresten en ziekteverwekkers absorberen en verteren (= fagocytose).
Synoniem: macrofagen, fagocyt - megakaryocyt
- mestcel
-
Mestcellen spelen een belangrijke rol bij allergieën, maar zijn ook nauw betrokken bij wondgenezing en afweer tegen ziekteverwekkers. Bepaalde stoffen kunnen de mestcellen “triggeren”: bacteriën (E-coli), bepaalde (chemische) stoffen en medicijnen, hormonen of een koude omgeving. Mestcellen geven daardoor stoffen af die allerlei allergische reacties ontketenen: histamine, serotonine, heparine en enzymen die weefsels kunnen vernietigen. Mestcellen ontstaan in het beenmerg en bewegen zich vervolgens via de bloedbaan naar de huid, het slijmvlies van longen en maagdarmkanaal, de mond, ogen en neus.
Synoniem: mastocyt - monocyt
-
Een type witte bloedcel dat dode of beschadigde cellen verteert en bescherming biedt tegen vele organismen.
- myeloblast
- myeloïde stamcel
-
De stamcel waaruit in het beenmerg de erytrocyten, bloedplaatjes en monocyten worden gevormd.
- natural killer cel
-
Een witte bloedcel die in het immuunsysteem van de mens de eerste verdediging vormt tegen vreemde indringers zoals tumoren, bacteriën en virussen. Natural killer cellen danken hun naam aan het feit dat zij niet te reageren op specifieke antigenen, maar dat ze van nature reageren op lichaamsvreemde "indringers".
Synoniem: NK-cel
De NK-cellen zoeken naar eiwitten die "Human Leukocyte Antigens" (HLA) genoemd worden en die zich op het oppervlak van cellen bevinden. Als de NK-cel de HLA-eiwitten als lichaamseigen herkent worden de cellen genegeerd. Als de NK-cellen de HLA-eiwitten als lichaamsvreemd beschouwen, zullen de NK-cellen giftige stoffen uitscheiden (toxines) die de vreemde cellen zullen doden.
HLA wordt uitgedrukt door middel van het "Major Histocompatibility Complex", een groep genen die zich op het zesde chromosoom bevinden. Het "Major Histocompatibility Complex" speelt een belangrijke rol in de acceptatie of afstoting van transplantaten. Als het HLA op een orgaan of in het beenmerg niet overeenkomt met het HLA op cellen in het eigen lichaam, zullen het orgaan of het beenmerg worden afstoten.
Een NK-cel gebruikt een aantal receptoren om informatie te verzamelen over de cellen waarmee het in contact komt. Gewoonlijk zal ten minste één specifieke receptor moeten worden geactiveerd voor de NK-cellen actie ondernemen.
NK-cellen kunnen kwaadaardig worden en een moeilijk te behandelen lymfoom vormen. - neutrofiel
-
Een type witte bloedcel (granulocyt) dat het lichaam beschermt tegen infecties door bijvoorbeeld bacteriën en schimmels en dat lichaamsvreemde stoffen kan opnemen
- plasmacel
-
Wanneer een vreemde stof het lichaam binnendringt zullen T-helper cellen de B-lymfocyten aanzetten om plasmacellen te vormen. Plasmacellen produceren immunoglobulinen (antistoffen) die ziektekiemen zoals bacteriën en virussen herkennen en vernietigen.
- prolymfocyt
-
Een vroege vorm van de lymfocyt (=voorloper cel) dat zich ontwikkelt uit een lymfoblast. Uit de prolymfocyten ontwikkelen zich vervolgens de kleine lymfocyten en de NK-cellen.
- suppressor T-cel
-
Een type T-lymfocyt dat de functie van andere (T)lymfocyten onderdrukt.
- T-lymfocyt
-
Witte bloedcellen die vooral in de zwezerik of thymus (vandaar T-cel) worden gevormd. Er zijn verschillende soorten T-cellen, elk met een gespecialiseerde taak: de suppressor T-cel, de cytotoxische T-cel en de helper T-cel.
Synoniem: T-cel - trombocyt
-
Cel-achtige deeltjes die worden gevormd in het beenmerg en kleiner zijn dan rode bloedcellen en ook geringer in aantal (de verhouding is ongeveer 1:20).
Deze cellen helpen bij het stollingsproces van het bloed en door samen te klonteren op de plaats waar het bloedvat is beschadigd en een substantie af te geven die de bloedstolling nog verder bevordert.
Synoniem: bloedplaatje, thrombocyt
Wanneer het aantal plaatjes te laag is (=thrombocytopenie), ontstaan sneller blauwe plekken en bloedingen. Wanneer het aantal plaatjes te hoog is (=thrombocythemie), kan het bloed bovenmatig stollen en zo een hartaanval of beroerte veroorzaken.



