- Snel naar een aandoening...
- Amyloidose
- Aplastische anemie
- Auto-immuun hemolytische anemie
- Elliptocytose en sferocytose
- Essentiële trombocythemie
- Enzymdefecten
- Glanzmann (ziekte van)
- Hemochromatose
- Hemofilie
- Hodgkin lymfoom
- Idiopathische trombocytopenische purpura
- Leukemie
- Mastocytose (mestcelziekte)
- MGUS
- Multipel myeloom (ziekte van Kahler)
- Myelodysplastisch syndroom
- Myelofibrose
- Myeloproliferatieve aandoeningen
- Non-Hodgkin lymfomen
- Paroxismale nachtelijke hemoglobinurie
- Polycythemia vera
- Sikkelcelziekte
- Thalassemie
- Trombose en embolie
- Trombotische trombocytopenische purpura
- Von Willebrand (ziekte van)
- Waldenström (ziekte van)
Glossary
a | b | c | d | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n | o | p | q | r | s | t | u | v | w | x | y | z | 0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9
- trombocyt
-
Cel-achtige deeltjes die worden gevormd in het beenmerg en kleiner zijn dan rode bloedcellen en ook geringer in aantal (de verhouding is ongeveer 1:20).
Deze cellen helpen bij het stollingsproces van het bloed en door samen te klonteren op de plaats waar het bloedvat is beschadigd en een substantie af te geven die de bloedstolling nog verder bevordert.
Wanneer het aantal plaatjes te laag is (=thrombocytopenie), ontstaan sneller blauwe plekken en bloedingen. Wanneer het aantal plaatjes te hoog is (=thrombocythemie), kan het bloed bovenmatig stollen en zo een hartaanval of beroerte veroorzaken.



