- Snel naar de aandoening...
- Amyloïdose
- Aplastische anemie
- Auto-immuun hemolytische anemie
- Elliptocytose en sferocytose
- Essentiële trombocythemie
- Enzymdefecten
- Glanzmann (ziekte van)
- Hemochromatose
- Hemofilie
- Hodgkin lymfoom
- Idiopathische trombocytopenische purpura
- Leukemie
- Mastocytose (mestcelziekte)
- MGUS
- Multipel myeloom (ziekte van Kahler)
- Myelodysplastisch syndroom
- Myelofibrose
- Myeloproliferatieve aandoeningen
- Non-Hodgkin lymfomen
- Paroxismale nachtelijke hemoglobinurie
- Polycythemia vera
- Sikkelcelziekte
- Thalassemie
- Trombose en embolie
- Trombotische trombocytopenische purpura
- Von Willebrand (ziekte van)
- Waldenström (ziekte van)
Leukemie
Wat is leukemie?
Leukemie is een vorm van kanker, die wordt veroorzaakt door een woekering van afwijkende kwaadaardige witte bloedcellen (leukocyten) in het beenmerg. In tegenstelling tot normale bloedcellen, rijpen deze leukemie cellen niet tijdig uit tot volwassen normale cellen en verdringen zij de voorlopers van de normale witte bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes in het beenmerg. Leukemie kan chronisch zijn of acuut en in het laatste geval is directe behandeling nodig.
Leukemieën kunnen een lymfoïde of myeloïde oorsprong hebben. We spreken van lymfoïde leukemie wanneer in het beenmerg een abnormale celgroei plaatsvindt in de stamcellen die zich ontwikkelen tot lymfocyten. Bij een myeloïde leukemie wordt de abnormale celgroei gevonden in de stamcellen die zich ontwikkelen tot rode bloedcellen, granulocyten, monocyten en bloedplaatjes (zie figuur 1).
De vorming van leukocyten
Beenmerg is het zachte, sponsachtige weefsel dat zich vooral binnenin de platte botten (bekken, schedel, ribben en wervels) bevindt. Het bestaat voornamelijk uit twee soorten cellen: stromacellen, die de structuur van het beenmerg in stand houden en bloedvormende (of pluripotente) stamcellen. Pluripotent betekent dat deze stamcel zich - al naar gelang de vraag van het lichaam - tot alle typen bloedcellen kan ontwikkelen.
Een pluripotente stamcel rijpt in eerste instantie tot een myeloïde stamcel of een lymfoïde stamcel (zie figuur 1). Myeloïde stamcellen rijpen vervolgens uit tot myeloblasten. Deze blasten kunnen zich op hun beurt tot rode bloedcellen, één van de verschillende soorten leukocyten (namelijk granulocyten of monocyten), of bloedplaatjes ontwikkelen. Lymfoïde stamcellen rijpen eerst uit tot lymfoblasten. Deze lymfoblasten ontwikkelen zich vervolgens tot één specifiek type leukocyten, namelijk de lymfocyten. Elders op deze website wordt de
functie van bloedcellen uitvoerig besproken.
Sommige leukocyten stromen vrij door de bloedvaten, maar anderen kleven tegen de bloedwand of dringen door in lichaamsweefsels. Wanneer leukocyten de plaats van een infectie bereiken, geven zij stoffen af die nog meer leukocyten aantrekken. De leukocyten functioneren zo als een leger, dat het lichaam beschermt tegen vreemde organismen. Wanneer het aantal leukocyten (=leukopenie) te laag is, zullen infecties vaker voorkomen. Een hoger dan normaal aantal leukocyten (=leukocytose) veroorzaakt niet direct symptomen maar kan een aanwijzing zijn voor een infectie of voor leukemie.
Alle bloedcellen worden gemaakt van stamcellen op het moment dat het lichaam ze nodig heeft. Dit proces heet de hematopoïese. Wanneer cellen ouder worden of beschadigd raken, sterven ze af (= apoptose) en nemen nieuwe cellen hun plaats in.
De meeste volwassen bloedcellen verplaatsen zich van het beenmerg naar de bloedvaten. Bloed dat door hart en bloedvaten stroomt wordt perifeer bloed genoemd.
Leukemie komt voor bij zowel volwassenen als kinderen.
De indeling van leukemieën
Acuut versus chronisch
Bij acute leukemie rijpen de voorlopercellen niet volledig uit. Hierdoor ontstaat een tekort van normale rijpe leukocyten in het bloed. De onvolwassen cellen blijven zich delen en hopen zich op in het beenmerg. Zonder behandeling kan een acute leukemie binnen enkele maanden fataal zijn.
Bij chronische leukemie worden de beenmergcellen maar gedeeltelijk volwassen en functioneren de cellen niet geheel normaal. De afwijkende cellen zijn minder goed in staat om infecties te bestrijden en - net als alle kwaadaardige cellen - leven langer. Uiteindelijk verdringen ze de normale witte bloedcellen. Chronische leukemieën kunnen jarenlang sluimerend aanwezig zijn. Over het algemeen zijn chronische leukemieën echter moeilijker te genezen dan acute leukemieën.
Lymfoïde versus myeloïde
Bij de verschillende leukemieën zijn dus verschillende cellen betrokken. Lees via onderstaande links verder:
- Acute myeloide leukemie (myeloblasten)
- Chronisch myeloïde leukemie (alle myeloïde cellen)
- Acute lymfatische leukemie (lymfoblasten)
- Chronisch lymfatische leukemie (B-lymfocyten)
- Hairy cell leukemie (B-lymfocyten)
- Prolymfocyten leukemie (B- of T-prolymfocyten)
Myeloïde leukemieën beginnen in de onvolwassen myeloíde cellen (dus de cellen die zich ontwikkelen tot granulocyten en monocyten, rode bloedcellen en bloedplaatjes). Volgens de classificatie van de World Health Organisation worden chronisch myeloïde leukemieën ingedeeld bij de
myeloproliferatieve aandoeningen.
Lymfatische (lymfoïde) leukemieën beginnen net als de lymfomen in onvolwassen lymfocyten. Het verschil tussen lymfocytaire leukemieën en lymfomen is de plaats waar de kanker zich ontwikkelt. Bij lymfatische leukemie is dat in het beenmerg, bij een lymfoom zijn dat de lymfeklieren. Hoewel de namen anders doen vermoeden, worden chronisch lymfatische leukemie, hairy cell leukemie en prolymfocyten leukemie volgens de classificatie van de World Health Organisation (WHO) ingedeeld bij de
lymfomen.
