- Snel naar een aandoening...
- Amyloidose
- Aplastische anemie
- Auto-immuun hemolytische anemie
- Elliptocytose en sferocytose
- Essentiële trombocythemie
- Enzymdefecten
- Glanzmann (ziekte van)
- Hemochromatose
- Hemofilie
- Hodgkin lymfoom
- Idiopathische trombocytopenische purpura
- Leukemie
- Mastocytose (mestcelziekte)
- MGUS
- Multipel myeloom (ziekte van Kahler)
- Myelodysplastisch syndroom
- Myelofibrose
- Myeloproliferatieve aandoeningen
- Non-Hodgkin lymfomen
- Paroxismale nachtelijke hemoglobinurie
- Polycythemia vera
- Sikkelcelziekte
- Thalassemie
- Trombose en embolie
- Trombotische trombocytopenische purpura
- Von Willebrand (ziekte van)
- Waldenström (ziekte van)
Polycythemia Vera en secundaire erythrocytose (2011)
|
Lees hier meer over de werkgroep niet-oncologische hematologie. |
Datum: januari 2011
Namens de werkgroep niet-oncologische hematologie NVvH (gezien de expertise van de werkgroepleden zijn ook de maligne myeloproliferatieve neoplasieën bij deze werkgroep ondergebracht).
Subwerkgroep MPN: dr. P.A.W. te Boekhorst, internist-hematoloog/transfusiespecialist, dr. M-D Levin, internist-hematoloog, dr. R. Raymakers, internist-hematoloog, dr. R. van Wijk, dr. R.E.G. Schutgens, internist-hematoloog, dr. G.K.S. Jie, internist-hematoloog, drs. S. Wittebol, internist-hematoloog, dr. E.C. Dompeling, internist-hematoloog/medisch oncoloog, dr. L.F.R. Span, internist-hematoloog, dr. M.R. de Groot, internist-hematoloog, dr. G.A. Velders, internist-hematoloog/medisch oncoloog, dr. S. Zweegman, internist-hematoloog.
Belangen gemeld: dr. P.A.W. te Boekhorst, sprekersgeld Novartis
- Initieel onderzoek
- Aanvullend onderzoek
- Diagnostische criteria PV
- Therapie, algemeen
- Therapie, specifiek
- PV en zwangerschap
- PV en splanchnicus trombose
- Referenties
Initieel onderzoek
Anamnese
Trombo-embolische complicaties, klachten van hyperviscositeit, jeuk, bloedingen, erythromelalgie, rookgedrag
Lichamelijk onderzoek
Pulmonale status
Cardiovasculair onderzoek
Vastleggen lever- en miltgrootte, echografisch onderzoek bij twijfel over splenomegalie
Aanwijzingen voor perifere vaatocclusie
Huid: krabeffecten, ulcera
Laboratoriumonderzoek
Bloedbeeld (inclusief leucocyten differentiatie), reticulocyten, kreatinine, leverenzymen, LDH, urinezuur, ferritine
Glucose en cholesterol/triglyceriden
Morfologisch/histologisch onderzoek
Bloed– en beenmerg morfologie
Beenmergbiopt
NB: Voor diagnostiek niet strikt noodzakelijk indien er een verlaagde EPO spiegel is of spontane erythroïde koloniegroei (zie diagnostische criteria). Echter, BM onderzoek heeft de voorkeur als aanvullend minor criterium daar het aanvullende informatie geeft over mate van fibrose en prognose
Cytogenetisch onderzoek
Geen specifieke afwijkingen: evt. del (20q), +8, +9
Moleculair-biologische diagnostiek
JAK2 V617F mutatie, BCR-ABL1 genfusie
Aanvullend onderzoek
Bij verhoogde bloedingsneiging en/of indien trombocyten >1000-1500 x 109/l: sluit verworven von Willebrand type II uit middels bepaling van von Willebrand activiteit en antigeen en zo nodig multimeren onderzoek
Cardiovasculair risico profiel (glucose, cholesterol/triglyceride)
Aanvullende moleculair-biologische diagnostiek naar JAK-2exon12 mutatie indien JAK2 V617F mutatie niet aantoonbaar is
Erythropoetine spiegel indien BM niet is verricht of niet conclusief is
Beenmerg kolonie kweken: spontane erythroide kolonie groei (BFU-e)
Indien de diagnose Polycythemia Vera niet gesteld kan worden: onderzoek naar congenitale of verworven secundaire polycythemie ( zie onder)
Diagnostische criteria PV
WHO criteria 2008 (1)
Major criteria:
- Ht ≥ 0.52 l/l of Hb ≥ 11.6 mmol/l bij mannen
- Ht ≥ 0.48 l/l of Hb ≥ 10.3 mmol/l bij vrouwen
- Aanwezigheid van JAK2 V617, of functioneel gelijkende mutatie (bv. JAK2exon12 mutatie)
Minor criteria:
- abnormaal beenmergbiopt met hypercellulariteit én proliferatie van de 3 cellijnen
- verlaagde erythropoietinespiegel
- spontane BFU-E groei (BM kolonie kweken)
Diagnose PV: 2 major en 1 minor criteria, of 1 major en 2 minor criteria
Indien diagnose polycytemia vera niet gesteld kan worden is er mogelijk sprake van een congenitale of verworven secundaire erythrocytose:
Oorzaken congenitale secundaire erythrocytose (2,3):
- Erythropoietinereceptor (EPOR) mutaties
- Hemoglobinevariant met verhoogde zuurstofaffiniteit
- Bisfosfoglyceraatmutase (BPGM) deficiëntie
- Verstoorde regulatie van Hypoxia Inducible Factor (HIF): mutaties in VHL (Chuvash erythrocytose), PHD2, HIF2α
Oorzaken verworven secundaire erythrocytose:
- Centrale hypoxie (o.a. chronische longziekte, roken, slaapapneu, koolmonoxidevergiftiging, verblijf op grote hoogte)
- Lokale renale hypoxie (o.a. renale arteriële stenose, polycysteuze nierziekte, niertransplantatie)
- Pathologische erythropoietineproduktie door tumoren (o.a. cerebellair hemangioblastoom, meningioom, renaal cel carcinoom, hepatocellulaircarcinoom)
- Exogene toediening van erythropoietine
Onderzoek:
Indien verworven oorzaken uitgesloten zijn:
Genetische analyse*: EPOR, HBA1, HAB2, HBB, BPGM, VHL, PHD2, HIF2α
*In overleg met R. van Wijk, UMC Utrecht
Therapie, algemeen
Trombocyten aggregatieremmer (4,5)
Acetylsalicylzuur 80 mg/Carbasalaatcalcium 100 mg per dag. Indien trombocyten >1500 x109/l, klinisch verhoogde bloedingsneiging of verworven von Willebrand type II aangetoond (zie bij diagnostiek) geen trombocyten aggregatieremmers geven
Uraatsteenprofylaxe
Indien verhoogd urinezuur: overweeg Allopurinol 1 dd 300 mg
Therapie, specifiek
Behandeling in kader van lopende studies
Flebotomie (6)
Streven naar Ht < 0.45 l/l bij mannen en < 0.42 l/l bij vrouwen. Flebotomie heeft ijzerdepletie tot gevolg wat leidt tot remming van de erythropoiese. Derhalve dient geen ijzer gesuppleerd te worden
Cytoreductieve therapie (6,7)
Geïndiceerd in geval van hoog risico PV (trombose in het verleden of ouder dan 60 jaar), in geval van progressieve myeloproliferatie (trombocytose, leucocytose, splenomegalie) of in geval van frequente aderlatingen
Hydroxycarbamide
Hydroxycarbamide starten in een dosering van 1 dd 500 - 1000 mg. Dosis aanpassen op basis van hemogram en miltgrootte (8)
Gepegyleerd interferon-α
Aanvangsdosering gepegyleerd interferon-α 2a (Pegasys®): 90 microgram/week s.c., gepegyleerd interferon-α 2b (PEG-Intron®): 50 microgram/week s.c. Dosis aanpassen op geleide van het hemogram. Interferon wordt als voorkeurstherapie bij jeuk beschouwd (9)
Anagrelide
Anagrelide kan overwogen worden bij trombocytose (bijvoorbeeld in combinatie met flebotomie). Startdosering 2 dd 0,5 mg, iedere week te verhogen met een 0,5 mg/dag extra op geleide van het trombocytenaantal. Maximaal 2 dd 5 mg (10)
32P
Bij ouderen met een levensverwachting <10 jaar eventueel: 32P 3 mCi i.v., zonodig na 3 maanden herhalen (cave leukomegeniciteit!) (6,11)
Busulfan
Overwegen indien therapie-refractair/onacceptable bijwerkingen van andere cytoreductieve therapie én behandelindicatie én beperkte levensverwachting (cave leukemogeniciteit!). Startdosering: 2 mg per dag (cave langdurige cytopenie) (12)
Allogene stamceltransplantatie bij post PV-myelofibrose
Overwegen bij jonge patiënt (<65 jaar) met post PV-myelofibose m.b.v. reduced-intensity conditionering (RIC)
PV en zwangerschap (13)
Behandeling en tromboseprofylaxe afhankelijk van risico
definitie normaal risico
geen hoog risico
definitie hoog risico
trombose of bloeding in het verleden, ernstige complicaties tijdens voorgaande zwangerschap (≥ 3 spontane abortus binnen eerste trimester of ≥ spontane abortus in tweede of derde trimester, intrauteriene sterfte, preeclampsie < 37 weken), trombocytenaantal > 1000 x 109/l, abnormale flow in de uteriene arteriën op 20/24 weken
behandeling bij normaal risico
Streef naar Ht< 0.40 l/l en trombocyten < 1000 x 109/l (middels aderlatingen en/of niet-gepegyleerde interferon-α)
Acetylsalicylzuur 80 mg/Carbasalaatcalcium 100 mg per dag
Profylactische dosering LMWH in het kraambed
behandeling bij hoog risico risico
Streef naar Ht< 0.40 l/l en trombocyten < 400 x 109/l (middels aderlatingen en/of niet-gepegyleerde interferon-α)
Acetylsalicylzuur 80 mg/Carbasalaatcalcium 100 mg per dag
Profylactische dosering LMWH gedurende gehele zwangerschap en kraambed, indien reeds behandeld met orale antistollingstherapie voor de zwangerschap therapeutisch dosering LMWH.
PV en splanchnicus trombose (14)
Streef naar Ht < 0.45 l/l bij mannen en < 0.42 l/l bij vrouwen en een trombocytenaantal < 400 x 109/l en overweeg gezien de relatie tussen trombose en het leucocytenaantal naar leucocyten < 15 x 109/l
Antistolling: afhankelijk van ernst indicatie voor levenslange antistolling en overweeg trombocyten aggregatieremming (cave: contra-indicatie)
Referenties
- Swerdlow SH, Campo E, Harris NL, Jaffe ES, Pileri SA, Stein H, Thiele J, Vardiman JW (Eds): WHO classification of tumours of haematopoietic and lymphoid tissues. IARC: Lyon 2008, 40-44
- Lee FS and Percy MJ. The HIF Pathway and erythrocytosis. Annu Rev Pathol 2011 (in press, doi: 10.1146/annurev-pathol-011110-130321)
- McMullin, MF.Idiopathic erythrocytosis: a disappearing entity. Hematology Am Soc Hematol Educ Program, 2009:3629-635.
- Landolfi R, Marchioli R, Kutti J, Gisslinger H, Tognoni G, Patrono C, Barbui T; European Collaboration on Low-Dose Aspirin in Polycythemia Vera Investigators. Efficacy and safety of low-dose aspirin in polycythemia vera. N Engl J Med 2004;350:114-24
- Van Genderen PJ, Prins FJ, Lucas IS, van de Moesdijk D, van Vliet HH, van Strik R, Michiels JJ. Decreased half-life time of plasma von Willebrand factor collagen binding activity in essential thrombocythaemia: normalization after cytoreduction of the increased platelet count. Br J Haematol 1997;99:832-6
- Berk, PD, Wasserman, LR, Fruchtman, SM, Goldberg, JD. Treatment of polycythemia vera: A summary of clinical trials conducted by the Polycythemia Vera Study Group. In: Polycythemia Vera and the Myeloproliferative Disorders. Wasserman, LR, Berk, PD, Berlin, NI (Eds), WB Saunders, Philadelphia 1995
- Cortelazzo S, Viero P, Finazzi G, D'Emilio A, Rodeghiero F, Barbui T. Incidence and risk factors for thrombotic complications in a historical cohort of 100 patients with essential thrombocythemia J Clin Oncol 1990;8:556-62
- Fruchtman SM, Mack K, Kaplan ME, Peterson P, Berk PD, Wasserman LR. From efficacy to safety: a Polycythemia Vera Study group report on hydroxyurea in patients with polycythemia vera. Semin Hematol 1997;34:17-23
- Finelli C, Gugliotta L, Gamberi B, Vianelli N, Visani G, Tura S. Relief of intractable pruritus in polycythemia vera with recombinant interferon alfa. Am J Hematol 1993 43:316-8
- Anagrelide Study Group. Anagrelide, a therapy for thrombocythemic states: experience in 577 patients. Am J Med 1992;92:69-76
- Najean Y, Rain JD, Goguel A, Grange MJ, Vigneron N, Dupuy E, Mougeot-Martin M. Treatment of polycythemia. I--Using radiophosphorus with or without treatment in 483 patients over 65 years of age. Ann Med Interne (Paris). 1998;149:87-93
- Experience of the Polycythemia Vera Study Group with essential thrombocythemia: a final report on diagnostic criteria, survival, and leukemic transition by treatment. Murphy S, Peterson P, Iland H, Laszlo J. Semin Hematol 1997 34(1):29-39
- Finazzi G; Barbui T. How I treat patients with polycythemia vera. Blood, 2007;109:5104-11
- Expert opinion.
Datum: januari 2011
Namens de werkgroep niet-oncologische hematologie NVvH



