- Snel naar een aandoening...
- Amyloidose
- Aplastische anemie
- Auto-immuun hemolytische anemie
- Elliptocytose en sferocytose
- Essentiele trombocythemie
- Enzymdefecten
- Glanzmann (ziekte van)
- Hemochromatose
- Hemofilie
- Hodgkin lymfoom
- Idiopathische trombocytopenische purpura
- Leukemie
- Mastocytose (mestcelziekte)
- MGUS
- Multipel myeloom (ziekte van Kahler)
- Myelodysplastisch syndroom
- Myelofibrose
- Myeloproliferatieve aandoeningen
- Non-Hodgkin lymfomen
- Paroxismale nachtelijke hemoglobinurie
- Polycythemia vera
- Sikkelcelziekte
- Thalassemie
- Trombose en embolie
- Trombotische trombocytopenische purpura
- Von Willebrand (ziekte van)
- Waldenstrom, ziekte van
Rijpe B-cel lymfomen
![]() |
85% van alle non-Hodgkin lymfomen zijn rijpe of perifere B-cel lymfomen. Deze lymfomen kunnen op iedere leeftijd ontstaan, maar de gemiddelde leeftijd is 60 jaar (zie figuur 1). Mannen worden vaker getroffen dan vrouwen.
Behandeling van rijpe B-cel lymfomen
De behandeling van perifere B-cel non-Hodgkin lymfomen bestaat vaak uit een combinatie van immunotherapie (Rituximab) en chemotherapie. Welke behandeling wordt gegeven hangt af van een aantal factoren:
- het type lymfoom
- het stadium van de ziekte
- de prognostische score (ongunstige factoren)
- de leeftijd van de patiënt
- de algehele conditie van de patiënt
- de locatie van de aangedane lymfeklier
- het aantal aangedane lymfeklieren
- of er een tumor aanwezig is buiten de lymfeklieren
- of het centraal zenuwstelsel is aangedaan
Omdat ieder ziektebeeld uniek is, kan de behandelend arts besluiten af te wijken van de behandelingen die hieronder zijn beschreven voor de verschillende rijpe B-cel lymfomen
Behandeling van non-Hodgkin lymfoom vindt bij voorkeur in
studieverband plaats.
- Diffuus grootcellig B-lymfoom
- Folliculair lymfoom (graad 1-2, graad 3)
- Mantelcellymfoom
- Burkitt lymfoom
- Marginaal zone lymfoom (plus subtypen zoals MALT)
- Chronische lymfatische leukemie (CLL) / Klein lymfocytair Lymfoom (SLL). Bij beide ziekten zijn kleine lymfocyten betrokken. Het verschil is de plaats waar de kanker zich manifesteert. Bij CLL is dat meestal in het bloed en beenmerg; bij SLL vooral in de lymfeklieren. Ondanks de naam, wordt de chronisch lymfatische leukemie tot de lymfomen gerekend. Lees verder bij
leukemie . - Hairy Cell Leukemie. Ondanks de naam, wordt deze zeer zeldzame aandoening tot de lymfomen gerekend. Lees verder bij
leukemie - B-cel Prolymfocyten Leukemie. Ondanks de naam, wordt ook deze zeer zeldzame aandoening tot de lymfomen gerekend. Lees echter verder bij
leukemie - Ziekte van Waldenström= Macroglobulinemie = lymfoplasmacytair lymfoom. Deze aandoening vertoont gelijkenis met het Multipel Myeloom. Het is het enige lymfoom waarbij grote hoeveelheden van een abnormaal imuunglobuline worden geproduceerd door afwijkende plasmacellen. Lees
hier verder.
Voor overige zeldzame rijpe B-cel lymfomen:
WHO classificatie 2008.
1. Diffuus grootcellig B-lymfoom
Eén van de meest voorkomende agressieve non-Hodgkin lymfomen. Ieder jaar wordt in Nederland dit lymfoom bij ongeveer 1100 mensen gevonden. Onder de microscoop zijn grote lymfoomcellen te zien. Hoewel dit lymfoom meestal in de lymfklieren begint, kan het ook op andere plaatsen ontstaan, zoals in de darmen, botten en zelfs in de hersenen. Het is een snel groeiend lymfoom, dat goed reageert op de behandeling met chemotherapie. Over het geheel genomen vertonen 3 van de 4 patiënten geen resten van de ziekte na de eerste behandeling, en ongeveer de helft van alle mensen met dit type lymfoom geneest na behandeling.
Prognostische factoren - de stadia (zie Ann Arbor systeem) worden aangevuld met een risicoscore voor de patiënt, door een optelsom te maken van ongunstige factoren (1 punt per factor - de zogenaamde IPI score (Internationale Prognostische Index)):
- een leeftijd bij diagnose van meer dan 60 jaar;
- stadium III of IV lymfoom;
- wanneer het lymfoom op meer dan 1 plaats buiten de lymfeklieren voorkomt;
- Performance status (algehele lichamelijke toestand/welbevinden van de patiënt)
- LDH gehalte in het bloed hoger dan normaal (LDH = lactaat dehydrogenase, een enzym dat in het bloed terechtkomt wanneer weefsel(cellen) beschadigd raken)
Laag risico: 0 of 1 punt; gemiddeld risico: 2 of 3 punten; hoog risico: 4 punten.
|
Stadium |
Leeftijd |
Bijzonderheid |
Standaardbehandeling |
|---|---|---|---|
|
I |
alle leeftijden |
eerstelijns |
Chemotherapie met R-CHOP gevolgd, door bestralingstherapie van de betrokken lymfeklier/orgaan |
|
II-IV |
65 jaar en jonger |
eerstelijns |
Chemotherapie met R-CHOP |
|
II-IV |
ouder dan 65 jaar |
eerstelijns |
Chemotherapie met R-CHOP |
|
18 - 65 jaar |
recidief; primair refractair |
Jongere patiënten in goede conditie waarbij het agressief B-lymfoom verergert of terugkeert na de eerdere behandeling, worden behandeld met een myeloablatieve, hoge doses chemotherapie gevolgd door autologe perifere-bloedstamceltransplantatie. |
|
|
ouder dan 65 jaar |
recidief of primair refractair |
Vervolgbehandeling met 2e lijns chemotherapie |
|
|
alle leeftijden |
in zaadbal |
Chemotherapie met R-CHOP gevolgd door bestralingtherapie van beide zaadballen (ook de gezonde). Omdat bij dit lymfoom er een verhoogde kans bestaat dat het lymfoom zich naar het centraal-zenuwstelsel verplaatst, worden ter voorkoming hiervan injecties met MTX via een lumbaalpunctie ("ruggenprik") gegeven |
|
|
alle leeftijden |
in centraal zenuwstelsel |
Er zijn verschillende schema's chemotherapie, waarvan hoge dosis Methotrexaat een belangrijk onderdeel is. Tevens vindt vaak nabestraling plaats. |
2. Folliculair lymfoom
Dit is een veel voorkomend type B-cel lymfoom. De term folliculair wordt gebruikt, omdat de cellen - niet als normale B-cellen - in een cirkelvormig (folliculair) patroon groeien in de lymfeklieren. Dit patroon is bij microscopisch onderzoek van een lymfeklierbiopt te zien.
Het komt zelden voor bij heel jonge mensen. In het merendeel van de gevallen worden de lymfomen zowel in vele lymfeklieren als in het beenmerg gevonden. Hoewel het folliculair lymfoom op dit moment meestal niet te genezen is, gaat het vaak om een zeer langzaam groeiend lymfoom. De gemiddelde overleving bedraagt 8 - 10 jaar (de laatste jaren onder invloed van betere behandelingen: 10 - 15 jaar).
Bij afwezigheid van symptomen worden deze lymfomen vaak niet behandeld wanneer ze ontdekt worden. In de loop van de tijd, verandert 1 op de 3 folliculaire lymfomen in een snel groeiend diffuus B-cel lymfoom.
Prognostische factoren - de stadia (zie Ann Arbor systeem) worden aangevuld met een risicoscore voor de patiënt (de zogenaamde Follicular Lymphoma International Prognostic Index (FLIPI)) door een optelsom te maken van ongunstige factoren (1 punt per factor):
- een leeftijd bij diagnose van meer dan 60 jaar;
- stadium III of IV lymfoom;
- meer dan 4 betrokken lymfeklieren;
- een hemoglobine gehalte lager dan 7.5 mmol/liter bloed
- LDH gehalte in het bloed hoger dan normaal (LDH = lactaat dehydrogenase, een enzym dat in het bloed terechtkomt wanneer weefsel(cellen) beschadigd raken)
Laag risico: 0 of 1 punt; gemiddeld risico: 2 punten; hoog risico: 3 - 5 punten. De 10-jaars overleving bedraagt in deze groepen respectievelijk 70%. 50% en 35%.
Graden - Bij het folliculair lymfoom worden drie graden onderscheiden, afhankelijk van de grootte van de kwaadaardige lymfocyten die worden aangetroffen. Bij graad 1 zijn dat vooral kleine lymfocyten, bij graad 2 zowel grote als kleine lymfocyten en bij graad 3 voornamelijk grote agressieve lymfocyten. Om die reden wordt bij een graad 3 folliculair lymfoom een zwaardere behandeling gegeven dan bij graad 1 en 2 lymfomen.
|
Graad |
Stadium |
Leeftijd |
Primair/recidief |
Standaardbehandeling |
|---|---|---|---|---|
|
1 of 2 |
I/II (beperkt) |
alle leeftijden |
Primair |
Bestralingstherapie van de betrokken lymfeklierstations |
|
1 of 2 |
I/II |
alle leeftijden |
Recidief |
Afwachten of behandeling met Chloorambucil of chemotherapie met R-CVP. Eventueel aanvullende bestralingstherapie |
|
1 of 2 |
III/IV |
alle leeftijden |
Primair |
Afwachten of chemotherapie met R-CVP. Eventueel aanvullende bestralingstherapie. Op basis PRIMA Studie: 2 jaar onderhoudsbehandeling met Rituximab. |
|
1 of 2 |
III/IV |
alle leeftijden |
1e recidief of refractair (aanvankelijk stadium III/IV) |
Wanneer het recidief pas na 6 maanden optreedt wordt chemotherapie met R-CHOP of FCR gegeven, gevolgd door een onderhoudsbehandeling met Rituximab (2 jaar). |
| 1 of 2 |
ouder dan 18 jaar |
Wanneer het tweede recidief na meer dan een jaar optreedt, wordt behandeld op de tot dan toe meest succesvolle wijze. Eventueel wordt alleen met Rituximab behandeld of een (R)-(C)CEP kuur gegeven, afhankelijk van de voorgeschiedenis |
||
|
3 |
I |
alle leeftijden |
Primair |
Chemotherapie met R-CHOP + bestralingstherapie betrokken lymfoom |
|
3 |
II/III/IV |
jonger dan 65 jaar |
Primair |
Chemotherapie met R-CHOP |
|
3 |
III/IV |
ouder dan 65 jaar |
Primair |
Chemotherapie met R-CHOP |
|
3 |
III/IV |
jonger dan 65 jaar |
Recidief |
2e lijns intensieve chemotherapie gevolgd door autologe Stamceltransplantatie |
|
3 |
III/IV |
ouder dan 65 jaar |
Recidief |
Tweedelijns chemotherapie |
3. Mantelcel lymfoom
Het zeldzame mantelcel lymfoom wordt ieder jaar bij ongeveer 150 mensen vastgesteld. De kwaadaardige B-cellen zijn klein tot middelgroot.
Mannen worden vaker getroffen dan vrouwen. De gemiddelde leeftijd bij diagnose is begin 60 jaar. Het lymfoom is meestal wijdverbreid wanneer het wordt gevonden en meestal zijn de lymfeklieren, het beenmerg, en zeer vaak de milt aangedaan. Hoewel dit niet vaak een zeer snel groeiende lymfoom is, is het mantelcel lymfoom moeilijk te genezen. Wel reageert de ziekte meestal goed op chemotherapie, maar de ziekte komt dan na enige tijd weer terug. Vroeger was slechts 20% van de patiënten na 5 jaar nog in leven. Door nieuwe meer agressieve behandelingen, zijn de resultaten aanzienlijk verbeterd.
|
Stadium |
Leeftijd |
Primair/recidief |
Standaardbehandeling buiten studie |
|---|---|---|---|
|
II-IV |
jonger dan 66 jaar |
Primair |
Chemotherapie met R-CHOP, gevolgd door 2 kuren hoge dosis Cytarabine en autologe stamceltransplantatie |
|
II-IV |
65 jaar of ouder |
Primair |
Chemotherapie met R-CHOP, gevolgd door onderhoudsbehandeling met rituximab |
4. Burkitt (achtig) lymfoom
Jaarlijks wordt bij ongeveer 40 patiënten in Nederland een Burkitt lymfoom gevonden. Dit Burkitt lymfoom komt ongeveer 9 maal meer voor bij mannen dan bij vrouwen en de gemiddelde leeftijd bij diagnose is ongeveer 30 jaar. De cellen zijn middelgroot. Het zijn zeer agressieve (snel groeiende) lymfomen die meestal in de buik beginnen waar zij een grote tumor massa vormen. Patiënten zullen dan ook zo snel mogelijk intensieve therapie dienen te ontvangen. Het lymfoom kan ook beginnen in de eierstokken, testikels, of andere organen, en kan zich uitbreiden naar de hersenen en het ruggenmerg.
Burkitt lymfoom dient in de grote centra te worden behandeld. Er zijn geen vergelijkende studies op basis waarvan een standaardbehandeling kan worden geformuleerd. Er bestaan wereldwijd verschillende behandelschema's. Gemeenschappelijke kenmerken:
- combinatie van veel verschillende cytostatica, tegenwoordig met Rituximab;
- behandelschema's bevatten in het algemeen hoge dosis Cytarabine en Methotrexaat;
- behandelschema's lijken op ALL behandeling;
- profylactische behandeling van centraal zenuwstelsel middels lymbaalpuncties ("ruggeprikken) is essentieel.
Hoewel dit een snel groeiende lymfoom is, kan meer dan de helft van de patiënten worden genezen door chemotherapie.
Burkitt leukemie wordt behandeld als
acute lymfatische leukemie.
5. Marginaal zone lymfoom (plus subtypen)
Bij dit zeldzame type lymfoom zijn onder de microscoop kleine cellen te zien. Er zijn 3 belangrijke soorten marginale zone lymfomen:
MALT lymfoom
"Mucosa associated lymphoid tissue" (MALT) of extranodale marginale zone B-cel lymfomen, beginnen op andere plaatsen dan de lymfeklieren (vandaar de naam "extranodaal": buiten de lymfeklieren). De meeste MALT-lymfomen ontstaan in de maag en worden in verband gebracht met een infectie door de Helicobacter Pylori (HP) bacterie, die ook de oorzaak van maagzweren is. Andere mogelijke locaties van MALT lymfomen zijn de longen, huid, schildklier, speekselklieren, en weefsels rond het oog. Meestal zijn de lymfomen beperkt tot het gebied waar ze beginnen. Een aantal van de andere MALT lymfomen is mogelijk ook gekoppeld aan infecties met bacteriën of virussen. De gemiddelde leeftijd van patiënten met dit lymfoom is ongeveer 60. Het is een langzaam groeiend lymfoom dat als het vroeg wordt ontdekt, vaak is te genezen. In eerste instantie worden patiënten veelal behandeld met antibiotica, vooral MALT lymfoom van de maag (om de patiënt te verlossen van de Helicobacter Pylori infectie).
De prognose is excellent en onderscheidt zich nauwelijks van de gezonde bevolking.
Nodaal marginale zone B-cel lymfoom
Dit is een zeldzame ziekte, die vooral bij oudere vrouwen voorkomt. Bij dit type lymfoom zijn vooral de lymfeklieren betrokken. Lymfoomcellen worden echter soms ook gevonden in het beenmerg. Het is een traag groeiende lymfoom (hoewel meestal niet zo traag als MALT lymfoom) en veel patiënten genezen als de diagnose vroeg wordt gesteld. Dit lymfoom behoort tot de zogenaamde indolente lymfomen met een gemiddelde overleving van 5 - 8 jaar.
Milt-marginale zone B-cel lymfoom
Dit is een zeldzame lymfoom. Meestal wordt het lymfoom alleen in de milt en beenmerg gevonden. Patiënten zijn vaak oudere mannen die lijden aan vermoeidheid en ongemak veroorzaakt door een vergrote milt. Omdat de ziekte langzaam groeit en de symptomen niet storend zijn, is behandeling niet altijd nodig. Splenectomie (verwijdering van de milt) is nog steeds de eerste keuze van therapie.
De prognose is gunstig. De gemiddelde overleving is 8 - 10 jaar.
|
WHO |
Stadium |
Leeftijd |
Primair / Recidief |
Standaardbehandeling |
|---|---|---|---|---|
|
MALT lymfoom |
I (in de maag & HP bacterie) |
alle leeftijden | Primair / Recidief |
HP bacterie behandelen |
|
I (in de maag & geen HP bacterie) |
alle leeftijden | Primair / Recidief |
Bestralingstherapie; Chemotherapie met chloorambucil of R-CVP |
|
|
II - IV (niet in de maag) |
alle leeftijden | Primair / Recidief |
Chemotherapie met R-CVP |
|
|
Nodaal marginale zone |
Primair / Recidief |
Chemotherapie met Chloorambucil, R-CVP, fludarabine, |
||
|
Milt marginale zone |
Verwijdering van de milt; Chemotherapie met chloorambucil; R-CVP, rituximab monotherapie |


