You are here

NVK werkboek kinderhematologie

logo NVKHet werkboek Kinderhematologie is door leden van de sectie Benigne Hematologie van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) opgesteld en wordt door hen onderhouden. Het werkboek bevindt zich op de webserver van de Nederlandse Vereniging voor Hematologie (NVvH). De NVvH heeft het werkboek Kinderhematologie echter niet geautoriseerd. De NVvH is tevens niet betrokken geweest bij de samenstelling van het werkboek en is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor de aangeboden informatie. Klik hier om contact op te nemen met de redactie.

Acute kaart Bloedtransfusie

september 2014

Auteur: K.M. Heitink

 

Erytrocyten

Indicaties

Hoeveelheid

Denk aan!

Standaard product (erytrocyten in bewaarvloeistof; leukocyten verwijderd; volume 270-290 ml)

 

 

Beademde neonaat: Hb < 8.0 mmol/l

 

Neonaat met cardiopulmonale afwijkingen en O2 gebruik: Hb < 7.0 mmol/l

 

Overige neonaten: Hb < 6.0 mmol/l

 

Zuigelingen > 28 dagen: Hb < 4.5 mmol/l

 

Chronische anemie bij kinderen ≥ 1 jaar: < 3 mmol/l of symptomatische anemie

 

Sikkelcelziekte

  • bij anemie met cardiorespiratoire klachten of Hb < 3.0 mmol/l
  • overige indicaties: i.o.m. kinderhematoloog

Homozygote betathalassemie: altijd in overleg met kinderhematoloog

  • chronisch transfusiebeleid met streef Hb 5.4-6.2 mmol/l

Auto-immuun hemolytische anemie

  • bij Hb < 3 mmol/l of eerder bij hypoxie ondanks O2 en bedrust. NB max 5 ml/kg transfunderen, streef Hb 3-4 mmol/l

 Acute anemie door bloedverlies

  • gezonde kinderen met 1 bloedend locus: Hb < 4.0 mmol/l
  • gezonde kinderen met meerdere bloedende loci, bij koorts, postoperatief na open hartchirurgie, kinderen met licht of functiebeperkend onderliggend lijden: Hb < 5.0 mmol/l
  • kinderen met levensbedreigende aandoening, sepsis of ernstige longziekte: Hb < 6.0 mmol/l

Neonaten: 15 ml/kg in 3 uur i.v.

 

Kinderen: 10-15 ml/kg in 3-4 uur i.v.

 

Bij > 80 ml/kg/24 uur of bij infusiesnelheid > 5 ml/kg/u erytrocyten gebruiken < 5 dagen oud.

 

Zo nodig gewassen (zie hieronder)

 

Zo nodig bestraald (zie tabel hieronder)

 

Zo nodig parvo B19 veilig (zie hieronder)

 

Zo nodig CMV negatief (zie hieronder)

Erytrocyten, uitgebreidere compatibiliteit

  • Potentieel transfusie-afhankelijke patiënten met sikkelcelanemie of thalassemie: Rh, K en Fya-compatibel bloed, indien mogelijk ook Jkb-, S- en s-negatieve erytrocyten voor patiënten die zelf negatief zijn voor deze antigenen (in volgorde van belang).
  • Autoimmuunhemolytische anemie (AIHA) en myelodysplastisch syndroom (MDS): indien mogelijk rhesusfenotype en K-compatibel bloed.

 

 

Erytrocyten, plasma toegevoegd 

Wisseltransfusie bij pasgeborenen

 

 

 

 

Trombocyten

Indicaties

Hoeveelheid

Denk aan!

 

Standaard product

 

Neonaat < 1500 gram:

  • stabiel: < 20 x 10E9/l
  • ziek/ bloeding/ ingreep: < 50 x 10E9/l
  • voor wisseltransfusie/ tijdens extracorporele membraan oxygenatie (ECMO): < 100 x 10E9/l

 

Neonaat > 1500 gram:

  • stabiel en/of ziek: < 20 x 10E9/l
  • bloeding/ ingreep: < 50 x 10E9/l
  • voor wisseltransfusie/ tijdens ECMO: < 100 x 10E9/l

Neonaat met foetale/ neonatale allo-immuun trombocytopenie (FNAIT): bij bloeding of < 20 x 10E9/l, bij voorkeur Humaan Plaatjes Antigeen (HPA) compatibel

 

Neonaat van moeder met immuun gemedieerde trombocytopenie (ITP): < 20 x 10E9/l in combinatie met intraveneus immuunglobuline (IVIg)

 

Leukemiebehandeling of stamceltransplantatie:

  • stabiel: < 10 x 10E9/l
  • sepsis, hyperleukocytose, snelle daling trombocytengetal, hemostaseprobleem: < 20x10E9/l
  • bij therapeutische antistolling: <50 x 10E9/l
  • lumbaalpunctie bij blasten in perifeer bloed: < 50 x 10E9/l
  • lumbaalpunctie onder narcose zonder blasten in perifeer bloed: < 10 x 10E9/l
  • lumbaalpunctie zonder narcose zonder blasten in perifere bloed: < 20 x 10E9/l

Ernstige aplastische anemie

  • bij infectie/ koorts/ sepsis: < 10 x 10E9/l
  • tijdens antithymocyten globuline (ATG): < 20 x 10E9/l

Ingrepen

  • beenmergpunctie, botbiopt, pleurapunctie, ascitespunctie, verwijderen niet getunnelde centraal veneuze lijn: niet geïndiceerd
  • Elektromyografie (EMG), endoscopie zonder biopten, inbrengen voedingssonde: <20 x 10E9/l
  • oogheelkundige en neurochirurgische ingrepen: < 100 x 10E9/l
  • overige ingrepen: < 50 x 10E9/l

Bloedingen

  • ernstige bloedingen met Hb daling > 1.2 mmol/l per 24 uur: < 50 x 10E9/l
  • bloedingen in oog of centraal zenuwstelsel: < 100 x 10E9/l

Hemolytisch uremisch syndroom (HUS), diffuse intravasale stolling (DIS) en immuungemedieerde trombocytopenie (ITP; bij ITP plus IVIg en prednison i.v.): bij levensbedreigende bloeding; Bij DIS ook overwegen bij trombocyten < 20 x 10E9/l

 

< 3 maanden: 1 donoreenheid (afereseproduct)

 

>3 maanden en <10 kg: afhankelijk van beschikbaarheid 1 aferese eenheid of 2.5 donoreenheid

 

10-30 kg: 2.5 donoreenheid (gesplitste 5 donoreenheden)

 

> 30 kg: 5 donoreenheden

 

toedienen in 30 minuten i.v.

 

 

Zo nodig bestraald (zie tabel hieronder)

 

Zo nodig gewassen (zie hieronder)

 

Zo nodig parvo B19 veilig (zie hieronder)

 

Zo nodig CMV negatief (zie hieronder)

 

 

Trombocyten, uitgebreider compatibel

 

 

foetale /neonatale allo-immuuntrombocytopenie (FNAIT): bij voorkeur trombocyt-specifiek antigeen (HPA) compatibele trombocyten

 

 

 

Trombocyten hyperconcentraat (afgeleverd in spuit)

 

 

neonatale en pediatrische toepassing ter voorkoming van volume overbelasting.

Minor ABO incompatibiliteit, ernstige allergische reactie op plasma en volume overbelasting kunnen ook als indicatie overwogen worden.

 

 

  

Fresh frozen plasma

Indicaties

Hoeveelheid

Denk aan!

Standaard product

Trombotische trombocytopenische purpura (TTP) en atypisch hemolytisch uremisch syndroom (HUS): bij bloedingen, bij recidiverende TTP of bij recidief HUS in transplantatienier

 

Bij bloedingen (of te verwachten groot bloedverlies) bij gecombineerde stollingsfactordeficiënties door:

  • verlies/verdunning met kristalloïden en/of colloïden tijdens massale transfusies of
  • plasmaferese
  • acute diffuse intravasale stolling
  • ernstige leverinsufficiëntie

Geïsoleerde deficiëntie van factor V (niet recombinant/gezuiverd beschikbaar)

 

Om het effect van fibrinolytica (recombinant weefsel- plasminogeen-activator (r-TPA), streptokinase en urokinase) en L- asparaginasetherapie op de stolling te niet te doen 

Neonaten en kinderen: 10-15 ml/kg, maximaal in 3-4 uur

Zo nodig Parvo B19 veilig (zie tabel hieronder)

 

Zo nodig IgA deficiënt plasma (zie hieronder)

Bron: richtlijn bloedtransfusie CBO 2011

 

Indicaties voor bestraalde producten (erytrocyten, trombocyten)

  1.  Intra-uteriene transfusies, daarna tot en met 6 maanden na à terme datum
  2. Prematuren (< 1500 gram geboortegewicht) en/of zwangerschap <32 weken (t/m 6 maanden na à terme datum)
  3. Kinderen met aangeboren gecombineerde immuundeficiëntie (SCID)
  4. Verworven immuundeficiëntie zoals bij allogene stamceltransplantatie (gedurende ten minste 6 maanden na transplantatie) en autologe stamceltransplantatie (gedurende ten minste 3 maanden na reïnfusie), voor stamceltransplantatie?
  5. Na toepassing van donor lymfocyten infusie (DLI) of infusie van cytotoxische T-lymphocyten (CTL) ( tot 1 jaar na infusie )
  6. Transfusie tussen 1e tot en met 3e graads verwanten van celhoudende bloedproducten
  7. Leukemiebehandelingen, waar dit in het protocol vereist wordt
  8. Perifeer bloed stamcelaferese: vanaf mobiliserende kuur tot na afname
  9. Beenmergafname: vanaf 6 weken vóór afname tot na afname
  10. HLA-compatibele trombocytenconcentraten
  11. Gebruik van purine/pyrimidine antagonisten (b.v. Fludarabine, Pentostatine, Cladribine) tot een jaar na staken van de therapie
  12. Bij anti-T cel behandeling (ATG, anti-CD52 en andere T cel monoclonalen): vanaf de instelling van de toediening tot een half jaar na het voltooien van de behandeling
  13. Granulocytentransfusies
  14. Hodgkin’s lymfoom stadium III of IV (met beenmerginfiltratie)

Indicaties voor Parvo B19 veilige producten (erytrocyten, trombocyten, plasma)

  1.  Ongeborenen bij intra-uteriene transfusies (IUT)
  2. Prematuren (< 32 weken en/of < 1500 gram)
  3. Neonaten na intra-uteriene transfusie (IUT), gedurende 6 maanden na de à terme datum
  4. Zwangeren (alleen bij transfusie tijdens de zwangerschap)
  5. Patiënten met aangeboren dan wel verworven hemolytische anemie, bij wie geen antistoffen tegen Parvo B19 aantoonbaar zijn.
  6. Patiënten met een cellulaire immuun deficiëntie, bij wie geen antistoffen tegen Parvo B19 aantoonbaar zijn 

Indicatie voor gewassen cellulaire producten en IgA deficiënt plasma (erytrocyten, trombocyten en plasma)

  1. Patiënten met IgA deficiëntie
  2. Patiënten met ernstige reactie tegen plasma-eiwitten in het verleden 

Indicaties voor CMV negatieve producten (erytrocyten)

  1. Intra-uteriene transfusies
  2. Overwegen bij prematuren < 32 weken of < 1500 gram

Bron: CBO consensus 2011 Bloedtransfusie