Quiz 2004 - Dutch Hematology Congress


1. De op deze dia karakteristiek afwijkende megakaryocyten passen het beste bij………...



a) Myelodysplastisch syndroom
b) ITP
c) Megakaryoblasten leukemie
d) Polycythemia Vera
2. Waar zijn deze haarden karakteristiek voor?



a) CML met blastencrise
b) Folliculair lymfoom
c) Chronisch lymfatische leukemie
d) lymfoide infiltraten bij reumatoide artritis
3. Hoe heten deze inkepingen, veroorzaakt door de ery’s? (Blood: Images in Hematology 2004;103:3256, Maslak et al: Infectious mononucleosis)



a) Dutch cheese
b) Dutch tulip
c) Dutch wooden shoe
d) Dutch skirt
4. Pseudotrombocytopenie is een bekende valkuil, veroorzaakt door EDTA antistoffen. Hoe vaak komt dit fenomeen voor bij normale donoren?



a) 1 per 100
b) 1 per 1.000
c) 1 per 10.000
d) 1 per 100.000
5. De meeste pathologen zijn dol op lekker en zoet eten….. Waarbij wordt het begrip Lolly-pop gebruikt?



a) Sweet syndrome
b) Castleman’s disease
c) Graft-versus-host ziekte van de pancreas
d) Glycogeen stapeling (ziekte van Gaucher)
6. Waar staat de afkorting TRAIL voor?



a) Transfusion-related auto-immune leucocytopenia
b) Transfusion-related acute injury of the lungs
c) TNF-related apoptosis inducing ligand
d) T-cell related auto-immune lymphocytopenia
7. Met “kokend bloed” wordt bedoeld ……..



a) In wilde beweging zijn (bij woede zou het bloed meer stromen)
b) Rood worden van woede (door hogere temperatuur van het bloed)
c) Gezegde uit Vondel: Met kokende ende bloedt ging hy ten stryde
d) Gezegde uit Huygens: My en sult ghij niet verjaghen, eer sal koken mijnen bloedt
8. Bij de bekende cytogenetische afwijking t(8;21) zijn AML1/ETO betrokken: t(8;21) en AML1/ETO. Waar staat ETO eigenlijk voor?



a) Erk Transducing Oncogen
b) Eight Twenty One
c) Eto is genoemd naar Tatsuka Eto, de Japanner die de translocatie ontdekte
d) Eto is genoemd naar de Japanse Eto Universal Laboratory in Kyoto
9. Wat is de verklaring voor het bloedbeeld?



a) Dit beeld kan passen bij een MDS/AML
b) Dit beeld kan passen bij foliumzuur of vit B12 deficiëntie
c) Dit beeld kan passen bij een parvo B19 infectie
d) Dit beeld kan passen bij M. Kahler
10. Overleving welke ziekte? Meta-analyse 4930 patiënten. Bij welk ziektebeeld past deze overlevingscurve?



a) Multipel myeloom
b) Folliculair NHL
c) AML ouderen
d) CML behandeld met IFN-alfa
11. Ziekte van Von Willebrand. Wat is het resultaat van de mutatie bij type 2B?



a) Verminderde binding met trombocytenfactor Gp1b
b) Vermeerderde binding met trombocytenfactor Gp1b
c) Verminderde binding met factor VIII
d) Toegenomen binding met factor VIII
12. Bij welke ziekte past dit karakteristieke uiterlijk?



a) Chediak Higashi
b) HbH ziekte
c) Fanconi’s anemie
d) Blackfan-Diamond syndroom
13. Een 23-jarige man ontwikkelt een AML, 1 jaar na chemotherapie met BEP (Bleomycine, VP-16 en platina) kuren, gegeven voor een testiscarcinoom. Welke cytogenetische afwijkingen verwacht u?



a) t(9;11)(p22;q23)
b) Trisomie 8
c) 5q-
d) Monosomie 7
14. Wat is de officiële naam van de bloedzuiger?



a) Sanguinolegnia medicinalis
b) Hirido medicinalis
c) Sanbucco medicinalis
d) Trichodina medicinalis
15. U moet een uitspraak doen over de respons op chemotherapie en imatinib (Glivec) bij een Ph+ ALL. Wat vindt u van dit blotje?



a) De PCR is sterk positief
b) De PCR is nog zwak positief
c) De PCR is negatief
d) De PCR is vals positief door besmetting
16. Wat voor panel van markers vraagt u aan als u maar 1 combinatie hebt en met 2 kleuren immunofluorescentie dit materiaal zou willen laten typeren?



a) CD5/CD19
b) CD19/CD20
c) CD38/CD138
d) CD8/CD38
17. Vraag 22: Wie was de eerste hoogleraar Hematologie in Nederland?



a) Clemens Haanen (Nijmegen)
b) Johannes Abels (Rotterdam)
c) Jon van Rood (Leiden)
d) Henk Nieweg (Groningen)
18. Wie is de schilder van dit Laatste avondmaal?



a) Leonardo da Vinci
b) Rembrandt van Rijn
c) Salvador Dali
d) Marc Chagall
19. Welke factoren horen bij de IPI score?



a) Leeftijd >60, bulk, hoog LDH, stadium, performance, >1 extranodaal
b) Leeftijd >60, bulk, hoog LDH, stadium, >1 extranodaal
c) Leeftijd >60, hoog LDH, stadium, >1 extranodaal, performance
d) Leeftijd >60, bulk, hoog LDH, stadium, performance
20. Welke kenmerken horen bij een patient met homozygote beta thalassemie en alfa-/alfa-thalassemie?



a) heeft “compound thalassemia”
b) is minder ernstig anemisch dan verwacht door beta thalassemie
c) heeft geen levensverwachting na de geboorte
d) is waarschijnlijk afkomstig uit Z-O Azië
21. Welke hond is de bloedhond?



a) 1
b) 2
c) 3
d) 4
22. Een individu dat bij screening, op grond van de ijzerverzadiging, voldoet aan de criteria voor hemochromatose heeft:



a) homozygotie voor Cys 282 Tyr
b) een kans van ongeveer 14% om overte hemochromatose te krijgen
c) recht op screening op overte ziekte, elke 2-5 jaar
d) recht op screening op progressie van de ijzerstapeling, elke 2-5 jaar
23. Hoe werkt imatinib eigenlijk?



a) Blokkeert de werking van het abl gen
b) Blokkeert de fusie tussen bcr en abl
c) Blokkeert het ontstaan van het bcr-abl fusieproduct
d) Blokkeert de werking van het bcr-abl fusieproduct
24. Hoe is de protrombine mutatie gedefinieerd?



a) Prothrombin G20210A
b) Prothrombin G2010A
c) Prothrombin A20210G
d) Prothrombin A2010G
25. Bij een anti IgA-IgA transfusiereactie hoort een deficiëntie van………...



a) Bij donor: totaal IgA
b) Bij donor: totaal of partieel IgA
c) Bij patiënt: totaal IgA
d) Bij patiënt: totaal of partieel IgA
26. Aan welk gerecht hoort officieel bloed toegevoegd te worden?



a) Canard à l’orange
b) Coq-au-vin
c) Lapin au pruneaux
d) Choux rouge au deux vins
27. Welke is de echte inversie 16?



a) 1
b) 2
c) 3
d) 4
28. Wie is deze Dichter?



a) Roland Holst
b) Gerrit Achterberg
c) Leo Vroman
d) Martinus Nijhoff
This is the feedback!
Back to Top