Quiz 2007 - Dutch Hematology Congress


1. Wie ontdekte - na Galenus - de bloedsomloop in de middeleeuwen?



a) William Harvey
b) Antoni van Leeuwenhoek
c) James Pimrose
d) Leonardo da Vinci
2. Hoe heten deze erytrocyten?



a) Fragmentocyten
b) Keratocyten
c) Echinocyten
d) Acanthocyten
3. Hoe classificeert u deze MDS volgens de WHO?



a) MDS type RA
b) MDS type RCMD
c) MDS type RAEB-1
d) MDS type RAEB-2
4. Waar is eculizumab tegen gericht?



a) CD95 (APO-1/FAS)
b) Complement factor C5
c) GPI anker eiwit CD55
d) GPI anker eiwit CD59
5. Welke van de twee beweringen is juist betreffende het onderscheid GC-B vs Activated B binnen de DLBCL?



a) A is juist, B is juist
b) A is juist, B is onjuist
c) A is onjuist, B is juist
d) A is onjuist, B is onjuist
6. Wanneer werd de film Dracula gelanceerd?



a) 1901
b) 1911
c) 1921
d) 1931
7. Wat is een andere naam voor de ziekte van Osler-Vaquez?



a) Primaire erytro-leukemie
b) Polycythemia Vera
c) Hereditaire hemorragische teleangiectasia
d) PNH (paroxysmale nocturne hemoglobinurie)
8. Wat voor type leukemie?



a) T-ALL
b) ATLL (HTLV-1 positief)
c) T-PLL
d) Sezary syndroom
9. Waarbij komt de t(11;14)(q13;q32) voor?
A. Mantelcel lymfoom
B. Multipel myeloom
C. B-PLL
D. MALT maag subtype NHL



a) A alleen
b) A + B
c) A + B + C
d) A + C + D
10. Wat is dit voor cel?



a) Dysplastische erytroblast
b) Dysplastische granulocyt
c) Micromegakaryocyt
d) Meerkernige plasmacel
11. Welke politicus gebruikte het volgende citaat anticiperend op rassenrellen: Like the Roman, I seem to see the River Tiber foaming with much blood



a) Geert Wilders
b) Hans van Baalen
c) Frits Bolkestein
d) Hans Wiegel
12. ADAMTS13 - Waar staat de letter T voor in het acronym van ADAMTS13



a) Thrombosis
b) Thrombocytopenia
c) Thrombospondin
d) Thrombine
13. Hoeveel procent van de NL bevolking heeft een verlaagd vWF gehalte?



a) 0.25%
b) 1%
c) 2.5%
d) 10%
14. Hoe classificeert u deze maligniteit volgens de WHO?



a) MDS type RAEB-1
b) MDS type RAEB-2
c) MDS type RAEB-t
d) AML met t(8;21)
15. Wat zijn Donath Landsteiner antistoffen?



a) IgG antistoffen bij Mycoplasma infecties
b) IgG antistoffen bij paroxysmale koude hemoglobinurie
c) IgM antistoffen bij lues
d) IgM antistoffen bij koude agglutinine-ziekte
16. JAK2 mutaties zijn belangrijk bij PV. Welk signalerings-molecuul staat hier?



a) JAK3
b) STAT3
c) STAT5
d) ERK
17. Hoe heet deze nieuwe vampier-spin die dol is op menselijk bloed?



a) Springspin
b) Bloedspin
c) Vampierspin
d) Afrikaanse weduwe
18. Bij welke aangeboren ziekte past dit karakteristieke uiterlijk?



a) Fanconi
b) Blackfan-Diamond
c) Shwachman-Diamond
d) Dyskeratosis congenita
19. Wat ziet u hier voor afwijking?



a) Leishmania (Kala-Azar)
b) Toxoplasmose
c) Histoplasmose
d) Drogbeeld
20. Welke afwijking komt voor bij het hypereosinofiel syndroom/eosinofiele leukemie, en is daarmee gevoelig voor Imatinib?



a) Inv(16) of t(16;16) met CBFbeta/MYH11
b) C-kit mutatie op niveau D816V
c) FIP1L1/PDGFRalfa fusie
d) EGFalfa/CBFbeta fusie
21. Hoe is de geschatte progressie-vrije overleving bij deze Hodgkin patient?De 5-jaars FFP is ongeveer



a) 85%
b) 65%
c) 45%
d) 25%
22. Wat veroorzaakt de bloedingsziekte bij paardenkastanjes?



a) Pseudomonas syringae
b) Processie-rups
c) Phytophthora cinnamomi
d) Ophiostoma aesculus
23. Bij welke ziekte hoort deze overlevingscurve?



a) Hodgkin lymfoom stadium 1A
b) Acute promyelocyten leukemie
c) Folliculair lymfoom stadium I-II
d) Chronisch Myeloide Leukemie
24. Wie is de schilder van deze vrouw met bleekzucht?



a) Ferdinand Bol
b) Gerard Dou
c) Jan Steen
d) Rembrandt van Rijn
25. Wie was deze hematoloog die in 1969 claimde dat hij met immuno-therapie kinderleukemie kon genezen?



a) Georges Mathé
b) Steven A. Rosenberg
c) Kari Cantell
d) Rolf Zinkernagel
26. Van wie zijn deze cellen?



a) Van een vis
b) Van een vogel
c) Kan van allebei
d) Geen van beide
27. Waar komen de begrippen kappa en lambda ketens vandaan?



a) Kappa en lambda sloten mooi aan bij de mu van IgM
b) Kappa was een eerbetoon aan Otto Kahler, lambda werd vernoemd naar zijn patiënt collega Loos
c) Het had beta en iota moeten zijn (naar Bence Jones), maar die waren helaas al vergeven, vandaar maar kappa en lambda
d) Beide begrippen waren een eerbetoon aan Korngold en Lippari
28. Hoe vaak komt hemofilie B in Nederland voor?



a) Ruim 1 per 150.000 mannen
b) Ruim 1 per 30.000 mannen
c) Ruim 1 per 15.000 mannen
d) Ruim 1 per 3.000 mannen
29. Wat is de meest gebruikte tracer voor PET?



a) Fluoro-deoxy-glutamine
b) Fluoro-deamine-glutamine
c) Fluoro-deoxy-glucose
d) Fluoro-deamine-glucose
30. Hoe werkt Ximelagatran?



a) Remt factor Xa
b) Remt factor IIa
c) Remt factor VIIa
d) Geen van deze drie
31. Waar staat IPSID voor?



a) ITP, ontwikkeld na idiotypische antistoffen uit i.v. immuunglobuline
b) MALT-achtig B cel lymfoom in de darm
c) Amyloidose en immuundeficientie syndroom
d) Immuunreactie na transfusie tussen identieke sibs
32. Welke is de bloed-python?



a) 1
b) 2
c) 3
d) 4
33. Waar staat de p voor?



a) Het bovenste deel van een chromosoom
b) Het onderste deel van een chromosoom
c) Het kortste deel van een chromosoom
d) Het langste deel van een chromosoom
34. Hoe heet het abnormale chromosoom volgens de ISCN code?



a) Isochromosoom p: ISCN i(A)(p10)
b) Isochromosoom p: ISCN idic(A)(p11)
c) Duplicatie p arm: ISCN dup(A)(p11pter)
d) Deletie q arm: ISCN del(A)(q21q32)
This is the feedback!
Back to Top